Meest memorabele edities van de burenruzie Nederland-Duitsland

Nederland-Duitsland: meest memorabele edities van de burenruzie!

Nederland-Duitsland. De burenruzie die uitgroeide tot een klassieker bomvol rivaliteit - mede gevoed door oorlogssentiment en het grote-broer-syndroom. Zaterdag 13 oktober staat, in het kader van de Nations League, de 41ste ontmoeting tussen beide voetbalgrootmachten op het programma. Tijd voor wat voorpret: met de vijf meest memorabele edities ooit tussen ‘kleine broer’ Nederland en ‘aartsvijand’ Duitsland.

1956, Duitsland-Nederland (1-2): eerste afrekening met oorlogsverleden

Voetbalzege voor Nederland tegen Duitsland (1956) 

Met het oorlogsverleden nog vers in het geheugen, staan Nederland en West-Duitsland in 1956 in het Rheinstadion in Düsseldorf voor een eerste memorabel treffen. De oefeninterland is namelijk de eerste ontmoeting tussen beide landen na de Tweede Wereldoorlog. Een op papier oneerlijke burenruzie: Die Mannschaft is namelijk de regerend wereldkampioen en bezit de nodige technische bagage, Oranje is meer een mix van goedbedoelende, maar onervaren debutanten en enkele ervaren sterkhouders. Zo is onder meer Abe Lenstra voor de vierde keer teruggekeerd bij het Nederlands elftal.   

De eerste klassieker na de Tweede Wereldoorlog draait echter uit op een moderne versie van David tegen Goliath. Geholpen door strenge winterse omstandigheden, met als climax een zware sneeuwstorm, bijt Oranje flink van zich af. Waar de technisch veel sterkere Duitsers geen raad weten met de belabberde grasmat, voelen de Nederlanders zich als een vis in het water. Of in dit geval: als een Hollandse boer in de klei. Via ‘Us Abe’ Lenstra neemt het Nederlands elftal dan ook brutaal een voorsprong. En die zal het in het vervolg ook niet meer afgeven. Zelfs een eigen doelpunt van Cor van der Hart kan de zege niet meer bedreigen. De overwinning leidt tot euforische taferelen, zowel op het veld als op de tribunes. Begrijpelijk, aangezien de ‘Moffen’, zoals veel Nederlanders de Oosterburen in die tijd liefkozend noemen, worden geklopt. En ook nog in eigen huis. Daar moet op gedronken worden!



1974, Duitsland-Nederland (2-1): ‘zijn we er toch weer ingetuind’

1974 WORLD CUP FINAL: Netherlands 1-2 Germany FR 

Bijna dertig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog krijgt het Nederlands elftal de kans om in één klap af te rekenen met twee zaken: het oorlogssentiment en het het grote-broer-syndroom. In de finale van het WK 1974 wacht namelijk West-Duitsland. Met een overwinning in de belangrijkste mondiale voetbalwedstrijd zullen alle wonden, hoe diep ook, worden geheeld. En zo niet, dan is daar altijd nog de genoegdoening van een triomf op de ‘aartsvijand’. Het loopt echter anders. Geen Oranje volksfeest volgt, maar een domper van traumatische proporties. Een voetbaltrauma dat tot op de dag van vandaag wordt gevoeld door jong en oud. Het is iets waar je als Nederlandse voetbalvolger mee moet leven. Of je nu wilt of niet.

Toch is het begin van de burenruzie nog voortvarend. Met een schoolvoorbeeld van het door Rinus Michels gepredikte totaalvoetbal komt Oranje na twee minuten al op voorsprong. Zonder dat een Duitser überhaupt de bal heeft geraakt, ligt het leer al in het net. Johan Neeskens zet een strafschop onberispelijk om, na een overtreding van Uli Hoeneß op Johan Cruijff. In menig huiskamer in Nederland is dat het sein om de champagne te ontkurken. De titel is immers binnen, de ster prijkt weldra boven het embleem op de Oranje-borst.

Niet is echter minder waar.  Oranje vergeet door te drukken en speelt met de voeten van de Duitsers door hooghartig gallery-play te spelen. Duitsland moet niet worden verslagen, maar vernederd. Het (in)directe gevolg van een zwaar oorlogsverleden, dat als rode lap dient voor veel van de spelers. Dat de arrogante houding echter zorgt voor een ander, dieper trauma zal later blijken. Duitsland herrijst en wint, via een doelpunt van Der Bomber Gerd Müller, alsnog met 2-1. Dat doelpunt wordt op de televisie begeleidt door de legendarische woorden 'zijn we er toch weer ingetuind' van verslaggever Herman Kuiphof, die sindsdien een historische lading en ietwat vieze smaak hebben gekregen.



1988, Duitsland-Nederland (1-2): ‘het Volksparkstadion is van Oranje’

EURO 1988 highlights: Netherlands 2-1 West Germany 

De eindwinst op het EK van 1988 is het absolute hoogtepunt uit de Nederlandse voetbalgeschiedenis. Toch is het niet de gewonnen eindstrijd tegen de Sovjet-Unie (2-0) die bij de meeste Nederlanders warme gevoelens oproept. Nee, de échte finale vond voor veel voetbalfanatici een ronde eerder plaats: in de halve finale tegen West-Duitsland. Dat sentiment onderschrijft Rinus Michels, een dag na het behalen van de Europese titel, op een bomvol Museumplein: “We hebben twee finales gespeeld.”

Het gastland is op 21 juni 1988 in het Volksparkstadion in Hamburg de torenhoge favoriet. Niet alleen vanwege het thuisvoordeel en de betere vorm, maar ook door het gegeven dat de laatste zege van Oranje op Duitsland dateert van 1956 (zie eerder in dit overzicht). In een bikkelharde eerste helft zijn de doelpunten duur, maar wordt wel ouderwets geprovoceerd. De Duitse goalie Eike Himmel loopt flink door op Marco van Basten en Hans van Breukelen torpedeert Frank Mill, terwijl hij hem de beroemde woorden 'Ich hoffe das du focking sterfst' toeblaft.

'Daar waren we vooraf zo bang voor'

Na rust komt Die Mannschaft in de burenruzie op 1-0. Jürgen Klinsmann valt over het uitgestoken been van Frank Rijkaard en de Roemeense topscheidsrechter Ion Igna geeft een pingel. "Oh nee, hij legt hem op de stip, hij legt hem erop. Daar waren we vooraf zo bang voor dat hij het zou doen Igna en hij doet het”, tettert commentator Evert ten Napel vol ongeloof. Het besluit van de arbiter leidt tot een cynisch applaus van Van Breukelen, terwijl Adri van Tiggelen het nodig vindt om het leer tegen de Roemeen te schieten. Van Breukelen probeert strafschoppennemer Lothar Matthäus nog van de weer te brengen, maar tevergeefs: 1-0.

Vanaf dat moment wordt de wedstrijd nog grimmiger, voornamelijk door het feit dat de Duitsers de trukendoos flink opentrekken. Vooral Rudi Völler doet diverse pogingen om Oranje te laten verliezen in provocaties en randzaken. Toch wordt Nederland sterker, alleen de bal wil er maar niet in. Een strafschop zorgt uiteindelijk voor ‘gerechtigheid’. Van Basten gaat in het strafschopgebied over het uitgestoken been van Jürgen Kohler en Igna wijst opnieuw naar de stip. “Het is een goedmakertje”, zegt Ten Napel over de toegekende strafschop. Ronald Koeman pakt het buitenkansje zonder aarzelen uit: 1-1.

Het zorgt voor een euforisch orgasme in de Nederlandse huiskamers, eentje die in de slotfase nog heviger wordt. Van Basten zorgt in de laatste minuut van de officiële speeltijd met een sublieme schuiver op een passje van Jan Wouters voor de orgastische 1-2. Oranje wint van Duitsland, op zijn Duits. Het verleidt Ten Napel tot de legendarische woorden: "het Volksparkstadion is van Oranje". Jules Deelder gaat in zijn euforie zelfs nog een stap verder, hij pakt uit met het ‘Nationaal gedicht’ :

Oooooooo!
Hoe vergeefs
des doelmans hand
zich strekte
naar de bal
die één minuut
voor tijd
de Duitse doel-
lijn kruiste
Zij die vielen
rezen juichend
uit hun graf

De winst in de burenruzie was dus een afrekening met het verleden, zowel binnen als buiten de krijtlijnen.



1990, Nederland-Duitsland (1-2): ‘Had de WK-finale moeten zijn’

Frank Rijkaard the Spitters 

Hoewel de extreme haat tegen de Duitsers - door de revanche in 1988 - in 1990 wel is weggeëbd (een levensgroot spanddoek tijdens de WK-kwalifcatie-wedstrijd in de Kuip tussen beide grootmachten waarbij Lothar Matthäus wordt vergeleken met Adolf Hitler even buiten beschouwing gelaten), volgt op het WK van datzelfde jaar in Italië nog wél een stevige nabrander. Met als toppunt het beruchte spuugincident dat zich tijdens die bikkelharde wedstrijd afspeelt. Frank Rijkaard vuurt niet één, maar liefst twee fluimen af richting de blonde haardos van Rudi Völler. Eerst na getreiter van de Duitser en een door hem aangesmeerde gele kaart, om hem vervolgens nog wat mondwater te bezorgen als de Argentijnse scheidsrechter Juan Carlos Loustau het duo de rode kaart toont. Het gevolg van een opstootje, na iets te wild doorgaan van Völler op Van Breukelen. De Duitse spits doet eigenlijk weinig fout, het is vooral Rijkaard die de grens opzoekt en er stevig overheen gaat. Toch moet ook een verbouwereerde Völler, na 22 minuten, inrukken. "Ik snap nog steeds niet waarom de scheidsrechter mij rood gaf", aldus Der Rudi in tegenover het magazine FourFourTwo.

Waar Nederland voor het spuugincident de beste kansen heeft, verandert het spelbeeld nadien drastisch. Duitsland komt beter in het spel en komt, na 51 minuten, via Jürgen Klinsmann zelfs op 1-0. Het is de voorbode voor een vroege aftocht voor de Europees kampioen, in de achtste finales van het WK. "Ik kon me naar hartenlust uitleven. Na de rode kaarten voor Frank Rijkaard en Rudi Völler bleven wij achterin compact staan, maar bij de Nederlanders ontstonden door het wegvallen van Rijkaard grote ruimtes”, aldus Klinsmann in Kicker. De Duitse aanvalsleider geeft in hetzelfde blad aan dat deze burenruzie in zijn ogen de eindstrijd had moeten zijn:  "Je had de voorgeschiedenis met het EK 1988, toen we in eigen huis in de halve finale kort voor het laatste fluitsignaal verloren. Er was de rivaliteit tussen Inter – met Lothar Matthäus, Andreas Brehme en mijzelf – en AC Milan – met Rijkaard, Van Basten en Gullit. Daarbovenop kwam nog de sfeer in San Siro, ons stadion, voor de helft oranje en voor de andere helft in het wit gehuld. En het was een wedstrijd tussen twee gelijkwaardige ploegen, die allebei wisten dat deze wedstrijd eigenlijk te vroeg kwam. Waarom al in de achtste finale? Het had de finale moeten zijn, of op z'n minst een halve finale."



2000, Nederland-Duitsland (2-1): de geboorte van een koningskoppel

2000 (February 23) Holland 2-Germany 1 (Friendly).avi 

Vlak na het ingaan van het millennium is de rivaliteit tussen beide voetbalgrootmachten minder hevig. Vooral prestige telt. Ook het grote-broer-syndroom lijkt even naar de achtergrond te zijn verdrongen in de burenruzie. Al was het maar omdat het Nederlands elftal een veel betere lichting heeft dan Duitsland. Iets wat later ook zou blijken op het EK 2000 in Nederland en België.

De oefeninterland, op 23 februari 2000 in de Amsterdam Arena, kenmerkt zich echter vooral door de geboorte van een nieuw koningskoppel in de punt van de aanval: Ruud van Nistelrooy en Patrick Kluivert. De een zijn ster is rijzende bij PSV, terwijl de ander al jaren in de top van Europa meedraait. In de klassieker laten beiden zich van hun beste kant zien. Het duo vindt elkaar blindelings. Kortom, alles valt op de plaats.

Sowieso speelt Oranje op die winteravond fenomenaal voetbal. De ploeg van Frank Rijkaard draait als nooit tevoren; op volle toeren dus. Het duidelijke krachtsverschil wordt na een twintigtal minuten door Patrick Kluivert in de score tot uitdrukking gebracht (1-0). Christian Ziege doet vlak daarna wel nog wat terug voor Die Mannschaft (1-1), maar via Boudewijn Zenden zet het Nederlands elftal vliegensvlug orde op zaken: 2-1. Oranje blijft het gaspedaal vervolgens flink intrappen, maar zonder ook daadwerkelijk verder weg te rijden. De Hollandse storm gaat pas liggen als Van Nistelrooy, vanwege een afspraak tussen de clubleiding van PSV en bondscoach Rijkaard, vroegtijdig van het veld wordt gehaald. De voetbalklassieker eindigt ‘slechts’ op 2-1, maar het Nederlandse publiek is tevreden: gewonnen van de aartsvijand en de geboorte gezien van een nieuw dodelijk duo in de spits. De toekomst zal echter uitwijzen dat het koppel nadien nooit meer zo zal schitteren als op die koude februariavond.

Wat brengt de 41ste editie? Bekijk onze vooruitblik op Nederland-Duitsland!

Op zaterdag 13 oktober staat, in het kader van de Nations League, de 41ste burenruzie op het programma. Om je alvast in de stemming te krijgen voor deze klassieker hebben we een prachtige voorbeschouwing in elkaar gedraaid. Klik voor deze preview op de afbeelding hieronder: 

Nederland-Duitsland


 


OnlineCasinoGids.com